Djenna Storm

euritmiedocente

Berpke van Oers

euritmiedocente

Chantal Heijdeman

euritmiedocente

Vincent Harry

euritmiedocent

Wieger Veerman

euritmietherapeut

Gia van den Akker is één van de euritmisten die sinds de jaren ’90, in aanvang onder protest van de euritmienormen in die tijd, een eigen koers ging varen met meer ruimte voor individuele beleving en met aansluiting op de hedendaagse kunst. De liefde bracht haar naar Italië, waar ze sinds 2007 woont en werkt.

Een interview met Gia van den Akker

In haar euritmiestudio La Fabbrica, dat vroeger een oud fabriekje in machineonderdelen was in een klein Noord-Italiaanse dorpje, bereidt ze haar voorstellingen voor. Daarnaast geeft ze er euritmiecursussen en doet ze de regie van voorstellingen van jonge euritmisten. En sinds kort helpt ze, als coach, diezelfde jonge mensen op weg in hun beginnende zelfstandige ondernemerschap.

Gia was een paar weken in Nederland. Een mooie kans voor een interview. Ze geniet als we het grote, lichte en vooral hoge Utrechtse grand café waar we hebben afgesproken, binnenkomen. ‘Ze hebben hier verse pepermuntthee, heerlijk!’ roept ze verrast uit. Gia heeft opvallend glanzende donkerbruine ogen. Die geven haar lange gestalte een sprankelende uitstraling. Het komt niet in me op dat ze ruim vijftig is. ‘Zou dat door de jarenlange beoefening van de euritmie komen?’ is een vraag waar ik mezelf op betrap.

 

Eerste stapjes euritmie

Als geboren Brabantse ging Gia als kind naar een dorpsschooltje in de buurt van Breda. Na haar eindexamen gymnasium in Breda vond ze het moeilijk een vervolgopleiding te kiezen. ‘Ik had zoveel interesses, ik speelde viool en trombone, ik had iets met taal en toen al een interesse in filosofie. Ik droomde van iets waarin dat alles samen zou komen,’ vertelt Gia. ‘Op een dag kreeg ik een boekje over hbo-opleidingen in handen, waarin iets stond over euritmie. Ik wist het toen eigenlijk meteen: dit is het! Begin twintig was ik toen ik begon op de eurimieacademie, de voorloper van de huidige opleiding Docent dans/euritmie. Euritmie was voor mij een openbaring. Als je euritmie doet, krijg je het gevoel, soms pas na verloop van tijd, dat er met de oefeningen iets universeels door je heen stroomt. Dat je je als het ware door op die bepaalde manier te bewegen met een andere dimensie kan verbinden en jezelf op die manier dus in een grotere samenhang plaatst. Ik vind dat nog steeds bijzonder om te merken. Op de opleiding werd ik veelzijdig gevormd, zowel in het bewegen als door de antroposofische achtergronden die werden gedoceerd. Na mijn afstuderen werkte ik eerst mee in het Nederlands Euritmie Ensemble, onder leiding van Warner Barfod. Ik gaf toen ook een jaar les op de Geert Groote School in Amsterdam. Later werkte ik veertien jaar als docente op de euritmieacademie. Eind jaren ’80 deed ik een jaar mee in de performancegroep van Else Klink in Stuttgart. Het werken met Else Klink was anders dan met Barfod; ze werkte heel intuïtief. Daar heb ik enorm veel van geleerd. Ze moedigde me aan mijn eigen weg te gaan in de kunst. Een hoogtepunt uit die tijd was voor mij was ons optreden in 1992 in Kassel bij de documenta IX, een grote internationale happening van hedendaagse kunst. We hadden een eigen voorstelling gemaakt met de naam Tierkreis, op muziek van Stockhausen. Een performance waarvan we collegiaal de choreografie hadden ontwikkeld, met een toneelspeler op het podium optraden en broekpakken droegen. We deden pure euritmie op de muziek, maar het zag er anders en nieuw uit. We werden de avant-garde van de euritmie genoemd. Geweldig vond ik dat.’

Universeel of persoonlijk?

‘Ik ben een lange tijd zoekende geweest binnen de euritmiewereld. Euritmie binnen antroposofische instellingen had voor mij vaak iets benauwends. Tijdens het vierde jaar van mijn opleiding deed ik een stage in een buurthuis, waar niemand iets van euritmie wist alhoewel de academie om de hoek stond. Daar voelde ik me vrij om het sprankelende wat euritmie in zich heeft, op mijn manier door te geven. Het kan toch niet zijn dat deze fantastische bewegingskunst slechts is voorbehouden aan een select clubje, dacht ik vaak bij mezelf.’

‘Ik vond en vind nog steeds dat euritmie meer verbinding moet maken met de wereld, dat is altijd mijn drijfveer geweest. Gaandeweg merkte ik dat ik dat alleen kon als ik zelf eerst die verbinding gelegd had. Ik kon bijvoorbeeld pas echt bij een begrafenis euritmie doen, nadat ik zelf de ervaring van het sterven van mijn ouders had doorgemaakt. Dat werd door veel mensen in die tijd anders gezien. Ze vonden iets al snel te persoonlijk en dus te subjectief. Vroeger werd er van je verwacht dat je alleen de intenties en gevoelens van de taal en de muziek bestudeerde. Je eigen verbinding ermee werd niet besproken. Daardoor ontstond er een situatie waarin de euritmisten vaak niet existentieel genoeg voelden waar het over ging, met als gevolg dat het publiek klaagde niet geraakt te worden. Je keek heel analytisch naar een gedicht; welk klanken zitten erin en welke ritmes? Wat dat gedicht met jou te maken had, was niet van belang. Het gevolg van die manier van werken was dat veel euritmie er in die tijd vaak hetzelfde uitzag. Van de nieuwe vormen van euritmie, waarin dat persoonlijke wél naar buiten kwam, werd gezegd dat er te veel ego inzat, terwijl voor mij dat persoonlijke de euritmie juist veel geloofwaardiger maakte. Ik merkte dat doordat ik mijn persoonlijke gevoelens liet zien, ook het publiek zich veel meer met een voorstelling kon verbinden. Als kunstenaar moet je, om iets over te kunnen brengen, eerst door je eigen ervaringen van vreugde en pijn heen zijn gegaan. Als je het goed doet, creëer je daarmee een evenwicht tussen het zogenaamd objectieve en subjectieve. Door je eigen levenservaringen om te zetten in kunst, stulp je iets van binnenuit om naar buiten. Ik kan mijn eigen leven toch niet buitenspel laten? Het klinkt misschien onzinnig, maar het was echt een strijd in die tijd. Gelukkig is er daarna echt iets veranderd. Biografische motieven mógen nu, natuurlijk in een vorm die voor iedereen invoelbaar is. Vanaf 2000 gingen steeds meer euritmisten soloprojecten doen. Er werd meer aandacht besteed aan de kostuums, en er werden dramaturgen en regisseurs van buitenaf aangetrokken. Door die mensen kwam er een belangrijke stroom van professionalisering op gang.’

 

Eigen weg

‘Zelfstandig euritmist is een prachtig beroep,’ zegt Gia van den Akker vol overtuiging. ‘Maar voor afgestudeerde euritmisten die verder in de kunst willen of alleen met volwassenen willen werken, blijkt het moeilijk in hun eigen levensonderhoud te voorzien. Veel podiumeuritmisten kiezen een ander beroep om hun brood mee te verdienen en doen de euritmie erbij. Dat vind ik enorm jammer, want je hebt zoveel te bieden als euritmist. Ik wil beginnende euritmisten graag helpen op eigen benen te gaan staan. Daarom ben ik ook coach geworden. We hebben het erover hoe je je publiciteit en contacten het beste kan verzorgen, hoe je de fondswerving kunt aanpakken en hoe je je financiële zaken regelt. Maar ik leer hun vooral dat ze interesse moeten krijgen in hun doelgroep en die taal moeten spreken. Daarnaast vertel ik dat ze geduld moeten hebben en door moeten zetten en aan hun idealen moeten blijven vasthouden.

Als zelfstandig euritmist ben je vooral aan het pionieren en aan het kijken wat mogelijk is. Hier in Italië hou ik het heel simpel. Ik geef hier les op het dorpsschooltje, soms gewoon met een cd recorder. Dat vind ik prachtig om te doen. Ik maak de lessen voor de volwassenen toegankelijk door beelden uit het alledaagse leven te gebruiken. Ik begin altijd helemaal down to earth en van daaruit kijk ik hoe ik naar boven kan klimmen. In het dorp zie ik soms van die bejaarde vrouwtjes urenlang voor het raam zitten. Wat zou ik die graag eens uitnodigen voor een cursus euritmie!’

www.giavandenakker.com

 

 

 

Tekst: Petra Essink

Fotografie: Marion Körner en Helmut Hergarten

Ik kon pas echt bij een begrafenis euritmie doen, nadat ik zelf de ervaring van het sterven van mijn ouders had doorgemaakt.