Gia van den Akker

podiumeuritmiste

Djenna Storm

euritmiedocente

Chantal Heijdeman

euritmiedocente

Vincent Harry

euritmiedocent

Wieger Veerman

euritmietherapeut

‘Het is fantastisch om te ervaren dat je met een klas kinderen een golvende zee kunt zijn of het verstilde geluid van een wegstervende stormwind. Die eenheidservaring die je kunt hebben bij het doen van euritmie, dat je op een bepaald moment het gevoel hebt dat je een gedicht of een muziekstuk bent. Dat het even aan alle kanten klopt wat je aan het doen bent, dat is voor mij het meest bijzondere aan euritmie,’ zegt Berpke van Oers (38).

Een interview met Berpke van Oers

Berpke is in 2000 afgestudeerd aan de opleiding Docent dans/euritmie, en is sinds 2011, naast een vaste kleine aanstelling op een school, werkzaam als zelfstandig euritmiedocente. In Bagels & Beans, één van haar favoriete plekken om haar lessen voor te bereiden, vertelt Berpke bevlogen en met een opvallend mooi gearticuleerde woordenstroom hoe ze ertoe kwam euritmie te gaan studeren, en wat haar zo raakt in het doen en doceren van euritmie.

 

Berpke, wat was jouw eerste kennismaking met euritmie? En wat deed je besluiten er je beroep van te maken?

‘Ik heb tot mijn 18e op de vrijeschool gezeten. Euritmie hoorde er gewoon bij, net zoals gymnastiek en rekenen. Ik hield van bewegen en vond de euritmielessen fijn, omdat je daar je hoofd en je gevoel samen laat komen door mooi te bewegen. Net als ballet overigens, waar ik vanaf mijn vijfde op zat. Ik was een echt balletmeisje en droomde ervan een sjieke en beroemde ballerina te worden. Ik kom uit een ‘vrijeschoolgezin’, dat wil zeggen dat mijn ouders betrokken waren bij de school en geïnteresseerd in antroposofie. School en thuis gingen naadloos in elkaar over, totdat ik in mijn puberteit behoefte kreeg aan iets nieuws. Ik wilde weten wat er nog meer te koop was in de wereld. Dat is de reden geweest dat ik na mijn eindexamen eerst geschiedenis ben gaan studeren. Echter, na het behalen van mijn propedeuse en veel in de boeken te hebben gezeten, vond ik het wel erg droog en theoretisch worden. Het studeren was een heel individueel gebeuren en ik ervoer de sociale cohesie tussen de studenten als dun. Het belangrijkste argument om af te haken was dat ik de maatschappelijke relevantie van de studie niet kon voelen. De overstap naar de euritmieopleiding was eigenlijk snel gemaakt. In de laatste klas van de vrijeschool had ik namelijk euritmie als examenvak gekozen en deed in dat kader mee met een euritmieproject. Daar heb ik bewust ervaren wat euritmie met je kan doen. Ik had feeling met het vertalen van muziek in euritmische bewegingen. Dat heeft vast ook te maken met het feit dat ik van jongs af aan al met muziek bezig ben. Ik speel viool en piano. Ik heb ik die tijd ook overwogen om auditie te doen bij het conservatorium, maar tijdens dit euritmieproject sluimerde al het idee dat ik mijn wens om uitvoerend met muziek bezig te zijn ook zó kon verwerkelijken. Een andere belangrijke motivatie om te beginnen met de euritmieopleiding was dat het mensbeeld van waaruit gewerkt wordt, waarin een mens bestaat uit lichaam, ziel en geest, mij aansprak. Ik heb geen moment spijt gehad van de overstap. Overigens zijn vrijeschool, ballet of muziek absoluut geen voorwaarden om euritmie te gaan studeren, hoor. Ik ken genoeg mensen die los van zo’n achtergrond óók hun toegang tot de euritmie hebben gevonden.’

 

Het heeft nog een aantal jaren geduurd voordat je als zelfstandig euritmist ging werken. Wat deed je in de eerste jaren na je afstuderen?

‘Na de opleiding, waar ik erg van genoten heb, ben ik een tijd in Dornach, een centrum van antroposofie in Zwitserland, geweest. Ik kreeg daar een rol als solo-euritmist in één van de zogenaamde mysteriedrama’s. Dat was een indrukwekkende ervaring. Daarna ben ik met twee vriendinnen een eigen euritmiegroep begonnen die we de naam JugendStil gaven. We maakten een eigen voorstelling en zijn in Duitsland en Nederland op tournee geweest. Na een jaar ging eenieder weer zijns weegs en ben ik gaan lesgeven aan de onderbouw van een vrijeschool. Eerst op verschillende plekken als invaller, later voor drie dagen in de week in Leiden. Sinds 2011 werk ik, naast een kleine vaste aanstelling, als zelfstandig euritmist.’

 

 

Op een gegeven moment heb je de overstap naar freelancer gemaakt. Kun je uitleggen waarom? En hoe bevalt het werken als zelfstandig euritmist?

‘Euritmie is een duur vak voor scholen, want naast een euritmist is er ook, als je het vak compleet wilt geven, een muzikant nodig. Daarnaast is het zinvol als ook de eigen klassendocent aanwezig is in de lessen. Euritmie is een bewegingsvak waar kinderen zich op een heel specifieke manier kunnen uiten. Ze kunnen heel anders zijn dan in de klas en dat kan waardevolle inzichten geven voor de docent.

Die dubbele of drievoudige bezetting is één van de redenen waarom euritmie op dit moment een sluitpost is op veel scholen. Sommige scholen laten het vak zelfs helemaal vallen. Dit proces is al een aantal jaren aan de gang en dat is erg jammer.

Met mijn projecten bied ik scholen een laagdrempelige mogelijkheid om toch het vak euritmie te blijven verzorgen. Ik kies een verhaal of een sprookje en werk dat met de verschillende klassen uit, via verschillende ingangen en op verschillende niveaus.

Via euritmie-als-project kun je kinderen, docenten, ouders en scholen in korte tijd een boeiende ervaring meegeven. Vaak leven er vragen over de toegevoegde waarde van euritmie, zowel bij ouders als bij docenten en schoolleiders. In de praktijk blijkt dat het voor veel vrijeschooldocenten moeilijk is om uit te leggen wat het belang is van het vak. Daarom bied ik aan om tijdens zo’n project een ouderavond te organiseren of een discussiemiddag binnen het college. Ik bied dus een totaalpakket, waardoor de scholen ook echt waar voor hun geld krijgen. Met de verschillende projecten zie ik veel verschillende kinderen, mensen en scholen, en daardoor is mijn werk enorm afwisselend en leerzaam.’

 

Kun je aangeven wat voor jou het belangrijkste verschil is tussen het werken binnen een vaste aanstelling en het projectmatige werk dat je doet?

‘Met projecten ben je bezig mensen enthousiast te maken. Je hoopt een paar pareltjes neer te leggen waarvan ze denken: ‘Wat gebeurt hier?’ Als je ergens vast werkt, kom je een laagje dieper bij de kinderen en ontkom je er niet aan dat de kinderen, en jijzelf als leerkracht natuurlijk ook, hun weerstanden veel intensiever tegenkomen. Bijvoorbeeld in de vierde klas. Daar beginnen kinderen te ervaren dat ze niet meer als vanzelfsprekend één zijn met de wereld om hen heen. Ze komen voor het eerst in de beleving ‘ik sta hier en de wereld staat tegenover mij’. Tot de vierde klas werk je altijd in een kring. In alle lessen is er een gemeenschappelijk middelpunt van een verhaal of een gedicht. In de vierde klas doorbreek je die veilige kring. Je leidt de kinderen verder in de nieuwe ervaring van ‘ik en de wereld’, bijvoorbeeld door loopoefeningen in kruisvormen. En daarnaast veel frontale oefeningen, waar kinderen tegenover elkaar komen te staan en waar ze zich bewust worden van hun positie in de ruimte. Dat kan confronterend zijn. Als je een vaste aanstelling hebt op een school, kom je meer ‘onder de huid’ bij de leerlingen. Dat is soms moeilijk, maar ook heel spannend, en vaak kun je hele mooie ontwikkelingsprocessen zien.’

 

Wat voor soort euritmiejuf ben je?

‘Ik heb geleerd, en wel door vallen en opstaan, dat je kinderen, hoe klein ze ook zijn, het gevoel moet geven dat de bewegingsopdracht die ik hun aanbied ook hun ‘pakkie an’ is. Waarom zouden ze in beweging komen als ze het gevoel krijgen dat ze geen zeggenschap hebben over wat ze moeten doen? Als je kunt aansluiten bij de leerlingen, dan willen ze mijlenver met je mee, maar om daar te komen, moet je wel bereid zijn om je eigen verbinding met de lesstof los te laten. Als dat lukt, ontstaat er een vrijruimte waarin je kunt zien hoe de kinderen tegenover je die verbinding willen maken. De sleutel in mijn lessen is dat ik als docent soms mijn eigen passie moet durven loslaten en vertalen. Daarnaast is humor van levensbelang. Ik hou ervan om op gekke verhaaltjes ook echt gek te bewegen en de kinderen uit te dagen dat ook te durven.’

 

Hoe ziet jouw passie voor euritmie er dan uit?

‘Tijdens het doen van euritmie kun je de ervaring hebben dat je van top tot teen muziek bent of taal. Je merkt dan, terwijl je dat doet, alleen of in een groep, dat alles een grote samenhang heeft. Daardoor geeft euritmie mij hoop en idealisme. In euritmie zit, zo ervaar ik dat, een bron verborgen. Een bron waarin je in evenwicht kunt komen, in balans met jezelf. Je kunt je erin uiten, het is een vorm van expressie, en tegelijkertijd verbind je je, en dat kun je voelen, met iets dat groter is. Dat ligt verborgen in de herkomst van de bewegingen. Met het beoefenen van mindfulness kun je tot vergelijkbare eenheidservaringen komen. De toegevoegde waarde van euritmie is dat je tegelijkertijd actief scheppend bezig bent. Daarom hou ik zo van euritmie.’

 

Kun je iets meer vertellen over die bron? Wat zit er in die bron?

‘De instrumenten die je hebt als euritmist –de middelen van de taal, de euritmiebewegingen en de muziek– werken allemaal vanuit éénzelfde laag. Het is de laag –in antroposofisch jargon noem je die het etherische– waarin de geheimen van de cyclus van het leven zijn verstopt. Het gaat in die cyclus om de wisselende processen van groei en sterfte. Vanuit die laag werk je in de euritmie en daardoor kun je zeggen dat de bewegingen die je maakt, universele bewegingen zijn. Je kunt kinderen (en volwassenen) door euritmie met die laag in contact brengen, waardoor ze leren om te gaan met die verschillende ‘toestanden’ en er meester over kunnen worden.’

 

Wat is voor jou het belangrijkste wat je geleerd hebt op de euritmieopleiding?

‘Je leert, met vakken als muziek, poëzie, pedagogiek, spraak en antroposofie, hoe het leven in elkaar zit. Dat klinkt misschien hoogdravend of vaag, dat is voor mij niet zo. Je leert om dingen, die misschien moeilijk te begrijpen of lastig onder woorden te brengen zijn, door middel van euritmie concreet ervaarbaar te maken. Er is een tekst van Confucius (551-479 v.Chr.) die voor mij precies beschrijft wat je met euritmie kunt:

 

Vertel het me en ik zal het vergeten

Laat het me zien en ik zal het onthouden

Laat het me ervaren en ik zal het me eigen maken

 

Als euritmiedocent krijg je iets in handen waarmee je de wereld in beweging kunt zetten. Je kunt iets wat vastzit weer bewegelijk en dus levendig maken. En dat is voor mij enorm bevredigend.’

 

Tekst: Petra Essink

Fotografie: Hapé Smeele

 

Vertel het me en ik zal het vergeten Laat het me zien en ik zal het onthouden Laat het me ervaren en ik zal het me eigen maken Confucius (551-479 v.Chr.)